Auteur: Vicevoorzitter

Kennisarena zoönosen en microbiologische veiligheid

Op 26 november 2008 zijn namens Hygieia twee, in (veterinaire) volksgezondheid, geïnteresseerden afgereisd naar het congrescentrum van dierentuin Artis te Amsterdam, om daar deel te nemen aan de Kennisarena “zoönosen en microbiologische veiligheid”.

 

Deze door de Ministeries van LNV en VWS georganiseerde interactieve dag had als doel advies- en aandachtspunten te genereren waarop beide ministeries hun onderzoek en beleid kunnen richten in de nabije toekomst.

In een korte inleiding door dagvoorzitter Jan Staman (Rathenau Instituut) werd het verloop van de dag geschetst. Vervolgens werd er een korte uiteenzetting gegeven door beleidsmedewerkers van zowel VWS als LNV over hun visie van het beleid omtrent “Zoönosen en risico’s voor de mens”, “Opduikende zoönosen in een veranderende omgeving” en “Microbiologie en het veranderende voedingsmiddelenpakket”. Aansluitend werden deze thema’s belicht vanuit het aspect van onderzoek door experts op deze gebieden.

Na een overheerlijke lunch werd iedere deelnemer ingedeeld in een groep van experts, om in het kader van één van de bovengenoemde thema’s, nader te discussiëren over aandachtspunten/onderzoeksthema’s waarop VWS en LNV zich in de nabije toekomst moeten gaan focussen.

Van alle groepen werd plenair een samenvatting gegeven van de uitkomsten, met daarbij de beloften van beide ministeries om hier intern mee verder te gaan.

Ter afsluiting was er een borrel georganiseerd, waarbij de mogelijkheid bestond om met de diverse deelnemers onder het genot van een drankje nog even na te praten.

Al met al was het een zeer interessante dag, waarbij het belang van communicatie tussen diverse experts op het gebied van zoönosen en microbiologische veiligheid duidelijk belicht en gestimuleerd werd.

Wij danken de organisatie, de Ministeries van VWS en LNV, de Kennisarena en Artis hartelijk voor het feit dat wij deze bijeenkomst hebben mogen bijwonen en hopen dat wij als Hygieia in de toekomst eventueel een gesprekspartner vanuit (veterinaire/medische) studenten kunnen blijven vormen in dergelijke bijeenkomsten.

Merel Postma

Het MRSA project

Sinds een aantal jaar is MRSA, oftewel de ziekenhuisbacterie, regelmatig in het nieuws. De persaandacht is alleen maar toegenomen sinds bij de mens een nieuwe variant is ontdekt die ook in verschillende diersoorten te vinden is.De documentaires en nieuwsberichten laten echter vaak een eenzijdig beeld zien. Bovendien verschillen de meningen over de risico’s en maatregelen, en het exacte gevaar van de verschillende MRSA-varianten.Daarom heeft de studievereniging Hygieia het initiatief genomen tot het interviewen van 4 experts op het MRSA gebied, namelijk: drs. Inge van Geijlswijk: ziekenhuisapotheker aan de faculteit diergeneeskunde, prof. dr. Marc Bonten: expert op MRSA bij UMCU, dr. Arie van Nes: varkens- en MRSA expert en docent varkensgeneeskunde aan de faculteit diergeneeskunde en prof. dr. Jaap Wagenaar: expert bacteriële foodborne zoonosen

Staphylococcus aureus is een bacterie die 30 tot 40% van de Nederlanders bij zich draagt. Meestal zit die bacterie in de neus of op de huid, maar soms ook in de keel of darmen. MRSA staat voor “Methicilline Resistente Staphylococcus aureus” die resistent is geworden tegen ß lactam antibiotica (waartoe penicillinen en cefalosporinen behoren) en vaak ook tegen een wisselend aantal andere antibiotica. MRSA onderscheidt zich van een ‘gewone’ S. aureus door de aanwezigheid van het mecA-gen dat codeert voor penicillin-binding protein 2a (PBP2a) met een lage affiniteit voor ß lactam antibiotica waardoor de celwandsynthese niet wordt verstoord zoals bij penicilline gevoelige S. aureus. MRSA wordt ook wel ziekenhuisbacterie genoemd omdat deze problemen kan geven in gezondheidsinstellingen zoals ziekenhuizen. Hier worden veel patiënten met antibiotica behandeld waardoor hun kolonisatieweerstand afneemt. In ziekenhuizen speelt bovendien de vaak verminderde afweer van de patiënten een rol, omdat een verzwakt immuunsysteem de vatbaarheid voor een MRSA infectie vergroot.

MRSA wordt al gesignaleerd sinds de jaren 60. Naast de zogenaamde “hospital aqcuired” (HA) MRSA, komt ook een “community acquired” (CA) MRSA voor die, in tegenstelling tot HA-MRSA, ook buiten het ziekenhuis kan voortbestaan. Clusters van CA-MRSA komen voor bij groepen die veel lichamelijk contact hebben, zoals gevangenen die in sommige landen opeen gepakt zijn en rugbyteams. CA-MRSA is minder resistent dan HA-MRSA, maar kan wel ernstige ziekte veroorzaken. Beiden komen nagenoeg alleen bij mensen voor. Reden echter voor de vernieuwde aandacht voor MRSA is de detectie van een derde variant die in zowel dieren als mensen gevonden wordt. Recente onderzoeken hebben de zogenaamde NT-MRSA (non typable MRSA) aan het licht gebracht. In 2003 werd deze variant voor het eerst gedetecteerd in de Nederlandse bevolking. Aangezien er een continue MRSA screening in mensen plaatsvindt, is het vrijwel zeker dat deze variant in Nederland ook echt pas in 2003 is opgekomen bij de mens. Sindsdien is de frequentie elk jaar toegenomen. Deels is dat echter dankzij de verhoogde alertheid en intensievere screening van bepaalde risicogroepen. Prof Bonten geeft als voorbeeld dat vorig jaar in de helft van alle ziekenhuizen 30% van alle MRSA getypeerd was als NT-MRSA. Uiteindelijk bleek dat 90% van de patiënten niet eens in het ziekenhuis lag, maar alleen op de poliklinieken was geweest. Het grootste deel van de MRSA in ziekenhuizen bestaat dus nog steeds uit de HA variant.

Onderzoek wijst uit dat het geografische voorkomen van NT-MRSA samenhangt met de varkensdichtheid. Daarnaast blijkt ook dat NT-MRSA vele malen vaker voorkomt bij varkenshouders dan bij andere bevolkingsgroepen. Ook frequent contact met runderen, met name mestkalveren, brengt een hoog risico op NT-MRSA met zich mee. Andere diersoorten kunnen ook besmet zijn met NT-MRSA, maar er is nog niet genoeg bekend over het risico voor de mens. Spreiding van dier naar mens kan optreden door middel van stof of direct contact met besmette dieren. Verspreiding van mens op mens komt daarentegen weinig voor. De meningen zijn daar echter nog wel wat over verdeeld. Arie van Nes vermoedt dat het wel mogelijk is, omdat er ook clusters van besmettingen van mensen zijn gevonden, terwijl Marc Bonten het minder waarschijnlijk acht. Er wordt in ieder geval nog onderzoek naar verricht. Ook zijn er op dit moment geen aanwijzingen dat het eten van varkensvlees kan leiden tot een MRSA besmetting. Uit een survey van de VWA blijkt dat een klein deel van het verse vlees besmet is met MRSA maar de aantallen zijn erg laag. Daarnaast kan MRSA bakken en braden niet overleven.

Volgens het RIVM is NT-MRSA voor gezonde mensen over het algemeen niet gevaarlijk maar wordt pas een probleem bij ziekte of ziekenhuisopname. Dat zijn de situaties waarin de NT-MRSA wel degelijk infecties kan veroorzaken. De NT-MRSA is echter, net als de CA-variant, minder resistent dan de HA-MRSA waardoor behandelen gemakkelijker is. Marc Bonten maakt zich over de gevaren in ieder geval niet erg veel zorgen: “MRSA is niet virulenter dan elke andere bacterie of staphylococ, bovendien is een infectie met MRSA ook niet erger dan andere infecties omdat er nog wel enkele antibiotica over zijn om de MRSA effectief mee te behandelen.” Arie van Nes maakt echter de kanttekening dat er wel degelijk al iemand aan NT-MRSA endocarditis is gestorven. Het grootste gevaar voor de Nederlandse/wereld bevolking is echter dat de bacterie een gen oppikt waardoor de NT MRSA virulenter wordt of gemakkelijker verspreidt.

In de discussie over MRSA speelt het antibioticumgebruik een grote rol. Hoogstwaarschijnlijk is het gebruik van antibiotica de oorzaak van het ontstaan van resistentie. “Zonder antibioticum geen resistente bacteriën”aldus van Geijlswijk, en: “De hoeveelheid multiresistente bacteriën zal alleen maar toenemen bij voortzetting van het huidige beleid rond antibioticumgebruik”. Arie van Nes vindt dat het nog niet bewezen is dat het voorkomen van MRSA is gerelateerd aan antibioticumgebruik. “Er zijn echter wel onderzoeken geweest die erop wijzen dat varkens die met antibioticum zijn behandeld een grotere kans op MRSA dragerschap hebben.“ Alle experts zijn het er over eens dat het antibioticumgebruik in zowel de humane en veterinaire sector een rol speelt in de MRSA problematiek en dat er geen beschuldigende vinger moet worden uitgestoken naar een van beide sectoren, maar dat er samen naar een oplossing moet worden gezocht. Aldus van Geijlswijk: “Het is dom om te zwartepieten”.

Volgens Jaap Wagenaar zal het hoogstwaarschijnlijk niet lukken om NT-MRSA helemaal uit te roeien in de voedselproductieketen. Het is echter wel belangrijk om de MRSA beheersbaar te maken waarbij we ieder geval moet streven naar vermindering van blootstelling aan MRSA via bijvoorbeeld stof. De eerste maatregel die alle vier de deskundigen belangrijk vinden, is het verbeteren van de voorlichting ten aanzien van de gevaren van onverantwoord antibioticumgebruik. Naast artsen, dierenartsen en apothekers is het ook belangrijk dat patiënten, diereigenaren en boeren daar weet van hebben. De tweede maatregel is dan ook het inperken van antibioticumgebruik. Dierenartsen en artsen zouden minder antibioticum voor moeten schrijven. Een misvatting is echter, aldus Jaap Wagenaar, dat patiënten en diereigenaren altijd een hele kuur af moeten maken Wanneer mensen en dieren altijd hun kuur afmaken, gebruiken ze langer dan nodig antibiotica waardoor er dan juist meer resistentie ontstaat. Arie van Nes vindt dat vooral de standaard antibioticumbehandelingen in de veehouderijsector helemaal zouden moeten worden afgeschaft. Om verspreiding van MRSA te voorkomen moet een goede hygiëne in acht worden genomen, in ziekenhuizen maar ook in bijvoorbeeld varkensstallen.

Al met al kan geconcludeerd worden dat de NT-MRSA momenteel voor de Nederlandse bevolking als geheel geen groot gevaar vormt. Gezonde mensen worden er niet ziek van, en er is de transmissie van mens naar mens is heel beperkt. Marc Bonten stelt dan ook: “Door de bank genomen is er geen probleem”. Wat echter niet vergeten moet worden is het feit dat mensen die veel in contact staan met MRSA besmette dieren wel ernstige infecties op kun lopen als zij in het ziekenhuis terecht komen. Bovendien kost het “search and destroy” beleid (iemand met een risico op MRSA wordt geïsoleerd en contacten worden gescreend) de ziekenhuizen erg veel geld. Daarnaast werd in de MRSA conferentie van 8 april 2008 van de “federation of veterinarians of europe” geconcludeerd dat MRSA misschien nu nog niet voor veel problemen zorgt, maar dat er een reële kans bestaat dat de bacterie een gen oppikt waardoor de NT MRSA virulenter wordt, of gemakkelijker verspreidt. Daarom ook benadrukte met name Jaap Wagenaar op de MRSA conferentie de noodzaak om meteen maatregelen te nemen om de ontwikkeling van antibioticum resistentie in bacteriën een halt toeroepen en niet te wachten op nog meer bewijzen dat er een verband is tussen gebruik en toename van resistentie.

Natalie Cleton, Ellen de Morrée en Reina Sikkema

Bezoek Brussel

One world = One Health

Healthy Animals = Healthy People

Op maandag 10 november bezocht studievereniging Hygieia  de opening van de allereerste Europese Veterinaire week te Brussel. Deze week werd georganiseerd door de Federation of Veterinarians of Europe (FVE) en de Europese Unie. Het thema van de Europese week van de dierenarts was One Health: Healthy Animals = Healthy People.

De bedoeling van deze bijeenkomst was om de positieve impact te belichten van een hoge standaard voor de diergezondheid op de gezondheid van de mens.

 

Het was ook het startpunt voor de Europese campagne om het “One Health” concept te promoten. Het “One Health” concept laat zien dat “gezonde dieren” ook “gezonde mensen” betekenen kan. Centraal in deze campagne en in de bijeenkomst stond het stimuleren van het besef dat het uitwisselen van informatie en inzichten tussen de diverse disciplines die betrokken zijn bij het verbeteren van de diergezondheid en humane gezondheid de enige manier is om het Europese volk gezond te maken en gezond te houden.
De eerste spreker opende het congres door het belang van een goede samenwerking tussen de humane artsen en de dierenartsen te benadrukken ter bevordering van een goede gezondheid in de EU en ter preventie van allerlei bedreigingen van de humane en diergezondheid. Onze samenleving staat tegenover nieuwe uitdagingen als een groeiende wereldbevolking en de klimaatverandering. En complexe problemen vereisen innovatieve oplossingen. Innovatie wordt alleen bereikt als deskundigen de muren die hun inzichten scheiden afbreken en out of the box gaan denken.
Het diergezondheidsysteem is de verantwoordelijkheid van de hele wereld. Ziektes respecteren geen grenzen. Zij doen ook lekker mee aan globalisering. Dit vereist dus een betere controle bij de handel in dieren en producten van dierlijke oorsprong. Het is een feit dat 60% van de humane ziektes van dierlijke oorsprong zijn. En dat 75% van de opkomende ziektes zoönosen zijn. Het is dus een groeiend probleem.
De overheid moet meer investeren in risico management, perceptie en assessment. Sleutelelementen om dit probleem aan te pakken zijn:
  • Een overheid die haar verantwoordelijkheid toont
  • Een efficiënt epidemiologisch monitoringsysteem
  • Een sterk World Organisation for Animal Health (OIE)
  • Online verbinding tussen de veterinaire diensten van de hele wereld

Bezoek_Brussel

‘De dierenarts speelt een belangrijke rol als eerste schakel in de early warning keten’, aldus dhr. dr. Marc Sprenger, voorzitter van de management board van het European Center for Disease Prevention and Control (ECDC) en directeur-generaal van de RIVM. Verder heeft dr. Sprenger verteld dat het onderwijs, de wetgeving, het conflict tussen volksgezondheidsbelangen en economische belangen, en het gebrek aan gemeenschappelijke activiteiten tussen artsen en dierenartsen zorgen voor de huidige barrières als het gaat om samenwerking tussen huisartsen en dierenartsen. Ook dr. Sprenger is van mening dat wat nodig is om de samenwerking te verbeteren zijn: ‘prioriteit voor onderzoek en beter beleid bij het bestrijden van zoönosen, gemeenschappelijke onderwijsactiviteiten tussen geneeskunde en diergeneeskunde, een gezamelijke beleid en control, en een early warning system.’
Het leermoment van deze dag was dat de grootste uitdaging voor artsen en dierenartsen niet de ziektes die ze moeten bestrijden zijn, maar hoe ze beter met elkaar kunnen samenwerken. Het motto van deze dag was: Let’s join forces to resolve the problem. Uiteindelijk bestaat er geen diergezondheid of humane gezondheid, maar alleen gezondheid. Gezondheid is een gemeenschappelijk goed waar de samenleving naar streeft en alle betrokkenen gezamelijk aan moeten werken.

DSK en Hygieia bezoeken het Europese Parlement

DSK en Hygieia hebben samen op 31 januari 2008 het Europese Parlement bezocht. Een bus met 9 studenten van de faculteit vertrokken ’s ochtends vroeg vanuit Utrecht. Gelukkig trokken we naar het zuiden en hadden weinig last van de files. In Brussel aangekomen was het een beetje zoeken, maar uiteindelijk kwamen we aan bij de Europese Fedaratie voor Dierenartsen: Federation of Veterinarians of Europe (FVE).

De heer Jan Vaarten van de FVE vertelde in verschillende lezingen over wat de FVE doet voor de dierenartsen in Nederland en Europa. De FVE streeft ernaar om een structuur te handhaven waarbij alle richtlijnen en ideeën omtrent het veterinaire beroep worden verzameld en deze als één stem naar buiten te brengen. Hierdoor kunnen de veterinairen allen tezamen één standpunt innemen en zo sterk staan. De dhr Vaarten legde uit dat dit lastig is, omdat diverse landen in Europa andere ideeën over de uitoefening van Diergeneeskunde hebben en dit bundelen hiervan veel lobbyen verreist.

Na een goede lunch begaven we ons naar het Europese parlement. Hier kregen we een rondleiding van konden we even ‘in de keuken van Europa’ kijken.

Aansluitend aan de rondleiding zijn we nog in debat gegaan met Ierse Parlementslid mw. Avril Doyle. Wij hebben een aantal kritische vragen gesteld hadden over de Biologische sector in Europa. We hebben vooral gesproken over de eerste keuze medicijnen bij biologisch gehouden dieren (homeopathisch en/of fytotherapie). Ze vond dit net zo vreemd als wij en heeft beloofd hier vragen over te stellen bij haar collega’s, dus wie weet……

Na het interessante gesprek met mw. Doyle hebben we genoten van een heerlijk kopje Europese koffie en whisky en vertrokken we weer richting Utrecht.

Al met al een zeer geslaagde en leerzame dag in het grote Europa.

Wij willen de DSK ook hartelijk bedanken voor het organiseren van deze dag.

Vincent Polak

Biologisch Onlogisch

Biologisch, is het nou logisch of niet?

Verslag van een symposium over de voor- en nadelen, zin en onzin van de biologische sector.

Ruim 200 studenten en andere geïnteresseerden waren aanwezig op het uitverkochte symposium ‘Biologisch, eigenlijk heel (on)logisch’, georganiseerd door Studievereniging Hygieia op 24 april op de Uithof. Doelstelling van het symposium was mensen vanuit verschillende velden te informeren over de voor- en nadelen, zin en onzin van de biologische sector. De avond bestond uit een vijftal lezingen, gevolgd door een debat. De zaal vulde zich al snel met een divers publiek bestaande uit studenten, docenten en medewerkers van verschillende faculteiten en universiteiten, en veel geïnteresseerden uit andere disciplines, bedrijven en organisaties. Het zou letterlijk en figuurlijk een warme avond worden.

De avond werd sterk voorgezeten door dr. Frank van Eerdenburg. Hij zorgde ervoor dat de vijf genodigde lectoren hun boodschap konden overbrengen aan de vele gasten en dat het debat soepel verliep. Ter introductie gaf Van Eerdenburg een korte toelichting op de biologische landbouw in het algemeen, wat biologische landbouw is en waarin deze zich onderscheidt van de gangbare landbouw. Daarnaast belichtte hij ook het verschil tussen de ecologische en biologisch-dynamische landbouw. Het grootste verschil tussen beiden is dat binnen de biologisch-dynamische landbouw alles in evenwicht moet zijn binnen de kosmos. Zo worden er in de herfst koehoorns gevuld met mest ingegraven opdat dit de vruchtbaarheid van de bodem ten goede komt.

panel_biologischProf. dr. Willem Seinen, toxicoloog aan de faculteit Diergeneeskunde en Biologie, trapte af met een lezing over hoe door de jaren heen besmetting in producten op verschillende wijze tot stand kwam en over de gevaren die de biologische sector op deze manier met zich meebrengt. Zo sprak hij over de vervuiling door ammoniak bij uitloop en het contact met dieren in het wild.

Ook op andere aspecten van de biologische sector werd dieper ingegaan. Het verschil tussen consument en burger is daar één van. Welke aspecten spelen mee in de keuzes van consumenten enerzijds en burgers anderzijds, en zijn deze overwegingen terecht? Marc Janssen en Maurits Steverink spraken over hoe daarop ingespeeld kan en zou moeten worden en dat de supermarkten een groot aandeel hier in kunnen hebben. Dat de consument verleidbaar is, was één van de conclusies. Een gevaar is dat de idealen waaruit de biologische sector is ontstaan, vergeten worden door alle flitsende logo’s en leuke reclamefilmpjes. Zij benadrukten het standpunt dat de consument altijd gelijk heeft. De supermarkten proberen hier op in te spelen door een groot aandeel te leveren in het aanbod van biologische producten.
welkomstpraatje_biologischNa een korte koffiepauze ging dr. Frans Stafleu, ethicus aan het Ethiek Instituut te Utrecht verder met een betoog over de boerenethiek en de mogelijke verschillen tussen gangbare en biologische boeren waarbij de conclusie was dat er geen verschil in gedrag is tussen deze twee. Hij haakte ook in op de boodschap van Janssen en Steverink dat de consument verleid moet worden met mooie reclamefilmpjes. Dr. Stafleu zette vraagtekens bij de werkelijke haalbare resultaten hiervan. Volgens hem zit het gevoel van goedkope producten willen veel te diep en kan dit misschien in lichte mate, maar zeker niet in grote mate, veranderd worden door goede reclame. Daartoe zou eerst een grote inwendige morele verandering moeten gebeuren. Hij stelde: ‘de consument kan misschien altijd gelijk krijgen maar ze hoeven niet altijd gelijk te hebben’. Hiermee greep hij terug op de boodschap van Janssen en Steverink. Volgens Stafleu kan niet van de consument verwacht worden dat ze de juiste keuze maken en hij ziet hierin een taak voor de beleidsmakers.

Tweede Kamerlid Harm Evert Waalkens, zelf ecologisch boer, kon het erg waarderen dat mensen uit disciplines als Diergeneeskunde op wetenschappelijk niveau de biologische sector bestudeerden. Hij pleit voor een grotere financiële stimulans van de biologische sector in het bijzonder, en stelt dat voorkomen moet worden dat het verschil met de reguliere sector voor de consument onduidelijk wordt.

De discussie kwam vervolgens goed op gang, vooral toen er gevraagd werd naar het verschil tussen de biologische en de reguliere sector en naar dierenwelzijn in beide sectoren, gezien de huidige ontwikkelingen met comfortplus-stallen in de gangbare veehouderij. Men was van mening dat beiden steeds dichter bij elkaar kwam te staan.

Er kwamen ook wat vragen naar volksgezondheid en biologische veeteelt, en naar de rol die de dierenarts nu en in de toekomst in de biologische sector moet spelen. De tijd was beperkt en veel vragen bleven nog onbeantwoord.

De avond heeft aangetoond dat er veel interesse is in, maar nog veel onduidelijk is over de biologische sector. Hygieia is in haar opzet geslaagd om het debat aan te zwengelen, vragen op te roepen en te zoeken naar antwoorden. Voortzetting van het debat over dit onderwerp is duidelijk gewenst. Die voortzetting vond reeds plaats tijdens de borrel met verschillende soorten biologische worst. De vraag bleef echter staan: is biologisch nou logisch of niet?

Natalie Cleton