Minisymposium 'Salmonella Science, fiction & facts'
Op 27 januari 2009 hebben ruim 60 collega’s en studenten deelgenomen aan een minisymposium over (internationaal) salmonellabeleid.
Salmonella zorgt in Nederland nog steeds voor 43.000 ziektegevallen per jaar, waarvan enkele tientallen met dodelijke afloop. Deze bijeenkomst werd georganiseerd door groep Gezondheids- en Kwaliteitszorg (GKZ) en studievereniging Hygieia. De Voedsel en Waren Autoriteit vond dit initiatief passen binnen de bijscholing van dierenartsen en heeft dit dan ook gefaciliteerd middels sponsoring en door dierenartsen de gelegenheid te geven hieraan deel te nemen.
Drie sprekers hebben in hun voordracht de diverse aspecten van het Europese en Nederlandse beleid uitvoerig toegelicht. De eerste spreker prof.dr. Arie Havelaar, werkzaam bij het RIVM, gaf een overzicht van het voorkomen van Salmonella in dieren en mensen en het Europese beleid rond de bestrijding van Salmonella. Hoe de Nederlandse pluimveesector de Salmonellaproblematiek aanpakt, werd toegelicht door ir. Hans Schouwenburg van het PVE. In de pauze werd tijdens de infomarkt op informele wijze gediscussieerd met experts op het gebied van Salmonella die werkzaam zijn bij de Gezondheidsdienst voor Dieren, ministeries van LNV en VWS, het RIVM en het bedrijfsleven.
De middag is besloten met kritische vragen aan de deelnemers door prof.dr. Servé Notermans over Salmonellabestrijding. Voorbeelden: wat de zin is van decontaminatie van vlees met melkzuur als je het direct moet afspoelen? Aangetoond is dat decontaminatie met melkzuur alleen werkt wanneer het minstens 2 dagen kan inwerken. En hoe weten wij eigenlijk of het onze bestrijdingsmaatregelen zijn die zorgen voor reductie van Salmonella? Notermans vraagt zich af of de waargenomen reductie in voorkomen van bepaalde types Salmonella, onafhankelijk van bestrijdingsprogramma’s tot stand komt. Hij gaf de aanwezigen voldoende stof tot nadenken. Daarna volgde een levendige discussie die werd afgesloten met een gezellige borrel.
Noortje Reeuwijk
Secretaris Groep GKZ


Prof. dr. Willem Seinen, toxicoloog aan de faculteit Diergeneeskunde en Biologie, trapte af met een lezing over hoe door de jaren heen besmetting in producten op verschillende wijze tot stand kwam en over de gevaren die de biologische sector op deze manier met zich meebrengt. Zo sprak hij over de vervuiling door ammoniak bij uitloop en het contact met dieren in het wild.
Na een korte koffiepauze ging dr. Frans Stafleu, ethicus aan het Ethiek Instituut te Utrecht verder met een betoog over de boerenethiek en de mogelijke verschillen tussen gangbare en biologische boeren waarbij de conclusie was dat er geen verschil in gedrag is tussen deze twee. Hij haakte ook in op de boodschap van Janssen en Steverink dat de consument verleid moet worden met mooie reclamefilmpjes. Dr. Stafleu zette vraagtekens bij de werkelijke haalbare resultaten hiervan. Volgens hem zit het gevoel van goedkope producten willen veel te diep en kan dit misschien in lichte mate, maar zeker niet in grote mate, veranderd worden door goede reclame. Daartoe zou eerst een grote inwendige morele verandering moeten gebeuren. Hij stelde: ‘de consument kan misschien altijd gelijk krijgen maar ze hoeven niet altijd gelijk te hebben’. Hiermee greep hij terug op de boodschap van Janssen en Steverink. Volgens Stafleu kan niet van de consument verwacht worden dat ze de juiste keuze maken en hij ziet hierin een taak voor de beleidsmakers.
